
Wat je moet weten, om veilig te eten!
Een voedselinfectie kan braken, diarree en andere klachten veroorzaken. Goede hygiëne voorkomt besmetting en verspreiding.
GGD Gelre-IJssel adviseert om altijd handen te wassen voordat u eten klaarmaakt, en na ieder toiletbezoek. Let ook op het scheiden van bereid en onbereid voedsel. Gekoelde producten moeten na aankoop snel in de koelkast, tot vlak voor gebruik.
Downloads
- Folder: Wat moet je weten om veilig te eten! (Algemene informatie en praktische adviezen)
- Poster: Wat moet je weten om veilig te eten!
- Lijst: Vragen en antwoorden (uitgebreide informatie)
- Kleurplaat
Algemene informatie
Wat is een Voedselinfectie?
Maatregelen om voedselinfecties te voorkomen
Verspreiding en besmetting
Voorkom verspreiding
Wanneer naar de huisarts?
Links
Wat is een Voedselinfectie?
Een voedselinfectie is een ontsteking van de maag en darmen. De infectie kan ontstaan als u iets eet of drinkt dat besmet is met een bacterie, virus of parasiet. Vaak leidt de ontsteking tot diarree, misselijkheid, braken, buikpijn, buikkramp en soms koorts. Een voedselinfectie kan een tot drie dagen duren. Veel voedselinfecties ontstaan bij mensen thuis, simpelweg door onvoldoende hygiënische maatregelen. Bijvoorbeeld doordat iemand zijn handen niet wast nadat hij naar het toilet is geweest en vervolgens eten klaarmaakt. Maar ook door kruisbesmetting, als bijvoorbeeld op één snijplank zowel rauw vlees als sla gesneden wordt. Zelfs het gebruik van hetzelfde mes kan een besmetting veroorzaken. Ook het eten van vlees of vis dat aan de binnenkant niet gaar is, of rauwe schelpdieren, vergroot het risico op een voedselinfectie.
Maatregelen om voedselinfecties te voorkomen
Verspreiding en besmetting
Bacteriën, virussen en parasieten die voedselinfecties veroorzaken, verspreiden zich via ontlasting en braaksel. Daarnaast verspreiden ze zich via de lucht. Zo kunnen in de ruimte waar gebraakt is allerlei voorwerpen besmet zijn geraakt. Denk aan de kraan in het toilet of aan speelgoed. Als iemand anders ermee in contact komt, wordt hij of zij besmet. Via handen, keukengerei en voedingsmiddelen kunnen de ziekteverwekkers in het lichaam terecht komen.
Voorkom verspreiding
Bent u ziek, bereid dan geen voedsel voor anderen tot drie dagen na het einde van de klachten. Gebruik als dat mogelijk is een apart toilet, was uw handen na toiletbezoek en droog ze af met een eigen handdoek of keukenrol. Als u moet overgeven, doe dat bij voorkeur op het toilet. Probeer in ieder geval niet te braken in een ruimte waar andere mensen zijn. Maak dagelijks het sanitair schoon: begin met de lichtschakelaar en eindig met de toiletpot. Was alles wat met braaksel of ontlasting bevuild is op minstens 60 °C. Laat het direct daarna drogen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met de huisarts bij overgeven en/of diarree als:
- het overgeven na een dag niet vermindert of als het drinken niet wordt binnengehouden;
- sufheid of verwardheid optreedt of als u denkt te gaan flauwvallen;
- hoge koorts optreedt (39 °C of meer);
- het braaksel bloed of de ontlasting bloed dan wel slijm bevat;
- er sprake is van voortdurende buikpijn, ook tussen krampen door;
- een kind jonger dan 2 jaar niet drinkt, suf is of voortdurend huilt;
- een kind jonger dan 2 langer dan 12 uur waterdunne diarree heeft, of als een kind ouder dan 2 jaar dit langer dan 3 dagen heeft;
- u boven de 70 jaar bent en langer dan 24 uur waterdunne diarree heeft of plaspillen gebruikt;
- als gezond bent maar langer dan een week (waterdunne) diarree heeft.
- uw afweer verminderd is.
Links
-
-
-
de Voedsel en Waren Autoriteit, ook als een product uit een winkel, snackbar of restaurant de oorzaak lijkt te zijn van een voedselinfectie:
www.vwa.nl
-
het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
www.minvws.nl
-
-
Claimer
“Deze informatie is tot stand gekomen in samenwerking met het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), diverse organisaties en beroepsgroepen. Aan de inhoud van deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend.”